Redactioneel – Power to the people
Elektrisch rijden is in. Door snelle innovaties op het gebied van batterijtechnologie zijn eerdere bezwaren als een geringe actieradius en lange oplaadtijd sterk gereduceerd. De elektrische auto is daarmee een serieuze concurrent geworden van zijn fossiele tegenhanger. Uiteenlopende organisaties als
stichting Natuur en Milieu, de
netbeheerders en verschillende
gemeenten lanceerden de afgelopen maanden plannen op het gebied van elektrisch rijden. Hoewel kanttekeningen geplaatst kunnen worden bij deze plannen (ambitieniveau, praktische uitvoerbaarheid, geringe aandacht voor opwekking van de benodigde duurzame elektriciteit) en de rol van andere opties als biobrandstoffen, waterstof en hybridesystemen wel erg naar de achtergrond wordt verdrongen, kan niet ontkend worden dat er een serieuze beweging gaande is naar meer duurzame vormen van mobiliteit.
Naast de directe milieuvoordelen die het oplevert kan het ontstaan van een groeiend elektrisch wagenpark een belangrijke stimulans vormen voor de ontwikkeling van duurzame energie. Voor het grootschalig inpassen van zonne- en windenergie is buffercapaciteit nodig, die door zo’n wagenpark geboden kan worden. De energievoorziening ontwikkelt zich naar een divers systeem dat gebruik maakt van een groot aantal bronnen, waaronder kleinschalige bronnen in privébezit (zonnepanelen, Stirling motoren, kleine windmolens). De ontwikkeling van ‘smart grids’ moet het mogelijk maken de vraag naar energie op een slimme manier aan deze bronnen te koppelen. De visie die door
Jeremy Rifkin wordt omschreven als de 3e industriële revolutie, het ontstaan van een slim netwerk van (kleinschalige) duurzame energiebronnen die de grootschalige inzet van fossiele brandstoffen gaat vervangen, lijkt snel dichterbij te komen.
Rifkin ziet niet in de laatste plaats mogelijkheden voor ontwikkelingslanden om op deze manier een energievoorziening op te bouwen die stabiel is en kansen biedt voor duurzame economische ontwikkeling. Het onafhankelijk maken van mensen van onzekere toevoer uit een centraal elektriciteitsnet (als dat er al is) en ze zelf de middelen geven om energie te produceren (‘power to the people’) zijn daarin belangrijke elementen. Dat deze filosofie een geweldig potentieel kan hebben, toont het verhaal van
Suzlon, dat zijn oorsprong vindt in een Indiaas textielbedrijf dat haar energievoorziening zeker wilde stellen door het plaatsen van windmolens en uitgroeide tot de grootste windmolenproducent van Azië. Ook het door Partners for Innovation gecoördineerde
‘RTD4EDC’ project laat zien dat aansluiten bij lokale initiatieven en behoeften, en het zorgen voor lokaal eigendom belangrijke factoren zijn voor het slagen van duurzame energieprojecten. Partners for Innovation werkt momenteel aan het ontwikkelen van verschillende duurzame energieprojecten in ontwikkelingslanden waarin deze gedachte centraal staat. We nodigen u van harte uit hierover met ons mee te denken.
Peter Karsch, directeur en mede-oprichter Partners for Innovation