 |
Energievisie Gemeente Den Haag krijgt gestalte
De gemeente Den Haag heeft een energievisie opgesteld, waarin de volgende vragen centraal staan: ”Hoe ziet een wenselijke toekomstige energievoorziening in Den Haag er in 2050 uit en wat kan de gemeente doen om dat te bewerkstelligen?”. Uitgangspunt voor de Haagse energievoorziening in 2050 is: “De energievoorziening is duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar”. Emiel Hanekamp ondersteunt de gemeente bij zowel het proces als de inhoud van de energievisie.
Meer informatie: Emiel Hanekamp
|
 |
Rol en impact van het MKB in Europees onderzoek naar duurzame energie moet beter
Partners for Innovation heeft onlangs een onderzoek afgerond voor de Europese Commissie, DG Research, naar de rol van het MKB in de EU binnen onderzoek naar duurzame energie. Twee van de conclusies zijn:
1. Voor meerdere energietechnologieën spelen MKBers een voortrekkersrol.
2. Voor zowel de bedrijven zelf als de onderzoeksresultaten is het van belang dat meer MKBers deelnemen aan EU duurzame energieonderzoek.
Meer informatie: Peter Karsch
|
 |
Pilot project gezocht voor Water Footprint
De Water Footprint methodiek geeft organisaties de mogelijkheid om inzicht te krijgen in hun impact op wereldwijde zoetwaterbronnen, en op basis daarvan een strategie te bepalen voor het reduceren van die impact. Partners for Innovation is aangesloten bij het Water Footprint Network, dat deze nieuwe methodiek heeft ontwikkeld. Om de methodiek verder te verfijnen zijn we op zoek naar bedrijven die tegen een gereduceerd dagtarief deel willen nemen aan een pilot project.
Meer informatie: Carolien van Merksteijn
|
 |
Redactioneel – Aantoonbaar duurzame biobrandstoffen: utopie of reële kans?
In de media is veel negatieve aandacht voor de gevolgen van de productie van biobrandstoffen, met name uit energiegewassen. Vaak wordt ingegaan op de concurrentie van grondgebruik voor voedselgewassen, gewassen voor veevoer en gewassen die alleen gebruikt worden voor energieopwekking. Deze discussie is ook wel bekend als de food, feed en fuel discussie. In de huidige discussie ontbreken echter twee belangrijke dimensies:
1. Hoe zou de wereld er uit zien zonder biobrandstof, er van uitgaande dat de vraag naar energie blijft toenemen en hiervoor fossiele brandstoffen worden ingezet? Deze vraag komt niet aan de orde in de huidige discussie. Een eerlijke vergelijking tussen een wereld met en zonder biobrandstoffen wordt daarmee niet gemaakt.
2. Het onderscheid tussen directe en indirecte gevolgen van de productie van biobrandstoffen ontbreekt. Waar op beperkte schaal gewassen voor biobrandstoffen worden verbouwd, leidt dit tot verandering in ondermeer landgebruik, broeikasgasemissie, watergebruik en werkgelegenheid. Dit zijn directe gevolgen, rechtstreeks en uitsluitend gerelateerd aan de keten. Wanneer deze gewassen op grote schaal toegepast worden, brengt dit ook indirecte effecten op macroniveau teweeg, zoals aantasting van biodiversiteit en effecten op voedselprijzen.
Hoewel de vraag of biobrandstoffen duurzaam zijn complex is, laat de food, feed en fuel discussie zien dat er behoefte is aan meer duidelijkheid. Allereerst is een instrument nodig om het brede begrip ‘duurzaamheid’ meetbaar te maken. Daarnaast zijn er op dit moment verschillende initiatieven gericht op het opstellen van duurzaamheidcriteria, specifiek voor biobrandstoffen. De logische volgende stap, de certificering van biobrandstofprojecten, staat nog in de kinderschoenen.
Hoe zou de aanpak voor het meetbaar maken van de duurzaamheid van een biobrandstofproject eruit moeten zien? De eerste stapis het in kaart brengen van de directe effecten van de productie van biobrandstof. Hiervoor wordt de gehele keten in kaart gebracht: van grondstof via producent naar consument, inclusief toeleveranciers. De tweede stap zou zich moeten richten op de indirecte effecten. Dit stuit echter op moeilijkheden omdat deze vooralsnog nagenoeg niet kwantificeerbaar zijn. Ze maken daarom nog geen onderdeel uit van de diverse duurzaamheidcriteria zoals die nu ontwikkeld worden. Dat komt voornamelijk omdat de relatie tussen het verbouwen van een bepaald aantal hectares energiegewas en bijvoorbeeld voedselprijzen zeer complex is. Er is ook nog bijna geen onderzoek naar gedaan.
Biobrandstof biedt veel kansen op milieu en sociaal-economisch vlak voor zowel Westerse landen als ontwikkelingslanden. Het meetbaar maken van de duurzaamheid van biobrandstof is van cruciaal belang voor de verdere ontwikkeling en acceptatie van deze energiesoort. Ondanks de hindernissen bij het meetbaar maken van de duurzaamheid van biobrandstof, ben ik van mening dat investeringen in onderzoek en ontwikkeling voor een duurzame productie van biobrandstoffen noodzakelijk zijn. De inzet - op een verantwoorde manier - van biobrandstoffen is hard nodig voor de transitie naar een duurzame energiehuishouding. Een goede methode voor de bepaling van de duurzaamheid van biobrandstoffen is daarbij essentieel.
Eva Froger, adviseur bij Partners for Innovation
|